Er zijn een aantal plekken op de wereld die ik nog op mijn todo lijstje heb staan. Zo ook Mont Saint-Michel. Dit kleine rotsachtige schiereiland ligt ongeveer 1 kilometer uit de kust van Normandie. Een plek met prachtige historie.
Eindelijk is het zo ver. De fraaie rit van 1,5 uur lijkt maar 10 minuten te duren. We genieten van de authentieke Franse dorpjes afgewisseld met prachtig natuurschoon. Zodra we bij de kust zijn doemt het sprookjesachtige eiland voor ons op. Vanwege de mistflarden geeft het zijn geheim nog niet prijs, maar dat duurt niet lang meer.
De parkeerplaats is snel gevonden. Hippe voetgangersverkeersborden tonen ons de richting naar het ultramoderne bezoekerscentrum. Rechtsaf kunt u plassen, linksaf richting de bussen. Grote toeristische bussen. Als een kudde slachtvee worden we erheen geleid. Mijn lichaam wordt zwaar, het stribbelt tegen. Dit was niet wat ik in gedachte had. Ik ruik zweet. Veel zweet. De deuren van de bus sluiten zich en het gevaarte zet zich in beweging. Hier kan de Disney railroad nog een puntje aan zuigen.
In de verte doemt Mont Saint-Michel als een enorme mierenhoop voor ons op.
Vlakbij de poort worden we losgelaten. Hordes Japanners rennen nerveus achter het wapperende vlaggetje van hun reisleidster aan. Minnie Mouse weet de weg.
We kijken elkaar aan. ‘Sprintje trekken? Dan zijn we voor de meute uit.’ We twijfelen geen moment en zetten het op een lopen. We zijn ‘als eersten’ bij de poort en spurten naar binnen. Souvenierswinkeltjes en dikke rijen voor het toilet.
Met het lood in de benen gaan we richting de idyllische trapstraatjes waar ik zo veel over gelezen heb. We hebben toch niet voor niets dat pest eind gereisd, nu zullen we het zien ook.
‘Moeten we niet een keer een foto maken? We zijn hier nu toch. Knippen we thuis die mensen er wel af.’
We staan stil bij de ingang van de abdij, het hart van de mierenhoop, en bekijken het op een afstandje. Er gaan alleen maar mensen naar binnen, er komt niemand uit. Dit heeft verdacht veel weg van de Phantom Manor op Boot Hill. Ik herinner me het verhaal dat daar geen overlevenden waren. Het kwaadaardige gelach van het spook Phantom dringt mijn oren binnen. Het laatste beetje moed vloeit uit ons lijf.
We kijken elkaar hoofdschuddend aan, draaien ons om en zetten de daling in. Terug naar de bus, terug naar de camping, terug naar de rust.
Wat zonde dat zo een mooi stukje werelderfgoed omgetoverd is tot een attractie.
